Molières was een levendig dorp met twee kruidenierswinkels, twee herbergiers, een bakker, een varkensslager en een handelaar in gevogelte, twee klompenmakers, twee schoenmakers, twee smeden die ook fietsen en landbouwmachines verkochten, een kleermaker, een timmerman, een wagenmaker, een metselaar en ten slotte, wat zeer waardevol was, een arts en een veearts.