De specificiteit van de bastiden ligt in hun handvest, verleend door de vorst. Het is een document op perkament, geschreven in het Latijn, ondertekend door de koning en voorzien van zijn zegel. Of ze nu Frans of Engels zijn, ze zijn allemaal volgens hetzelfde model geschreven. Het principe van de oorkonde is bekend sinds de 11e eeuw, toen sommige door koningen of abdijen werden verleend. Maar het was Alphonse de Poitiers, broer van Lodewijk IX, die ze de nauwgezetheid en de definitieve vorm gaf die bekend was aan het einde van de 13e eeuw.
Molières was geen uitzondering op de regel. Edward I gaf haar zijn handvest op 20 november 1286, toen de bastide al was gebouwd. Deze tekst is niet uitzonderlijk, hij is vergelijkbaar met die van andere bastiden. Het werd bevestigd door François I en Henri II in octrooibrieven van 1533 en 1551.
De gedurfdheid van deze documenten is een originaliteit van die tijd: het zijn echte gemeentelijke wetboeken die een terugkeer markeerden naar het geschreven recht van de Romeinen. Het feodalisme werd teruggedrongen. De burger die gebonden was aan de heer werd geleidelijk vervangen door de burger die behoorde tot een halfstedelijke, halflandelijke gemeenschap. De leden van deze gemeenschap waren verenigd door dezelfde plichten en rechten die in dit document werden omschreven. Deze officiële tekst was een waarborg voor vrijheden en voorrechten, maar bepaalde ook nauwkeurig de rechten en plichten van de nieuwe burgers.