Duiventillen in Molières
Als je op stap bent in de Périgord, kom je talrijke duiventillen tegen, die hier vroeger ook wel “colombiers” werden genoemd.
Hoewel deze gebouwtjes tegenwoordig grotendeels verlaten zijn, getuigen ze van een niet zo ver verleden en vormen ze architectonische elementen – vaak bijzonder en heel divers – die ons platteland verfraaien.
Duiventillen… voor wie?
In een groot deel van het huidige Frankrijk bestond er tot aan de Revolutie in 1789 een “duiventilrecht”, een voorrecht dat bepaalde landheren toestond een duiventil te hebben.
In de “Pays d’Oc” (Zuid-West Frankrijk) werd het recht om duiven te houden al vanaf de 12e eeuw op grotere schaal toegekend. Dat betekende echter niet dat iedereen een duiventil kon bouwen! Alleen de welgestelden, die over voldoende grond en inkomsten beschikten, konden zich dat veroorloven. De bouw van zo’n gebouw was namelijk erg duur en het aantal duivenparen dat men mocht houden hing af van de oppervlakte grond die men bezat: 1 paar per arpent, ofwel ongeveer drie per hectare.
Het beperken van het aantal duiven was noodzakelijk omdat deze vogels zich massaal tegoed durfden doen aan de oogst. Boeren moesten lijdzaam toezien hoe zwermen duiven op hun velden neerstreken om zich vol te eten, want het was voor iedereen verboden om duiven te doden, te verwonden of te vangen, op straffe van hoge boetes. Tijdens het zaaiseizoen was het daarom belangrijk om de duiven in het duivenhok op te sluiten.
Duiventillen… voor wat?
Duiventillen hadden hoofdzakelijk drie functies:
- In de middeleeuwen was vlees een luxe. Door de opkomst van de duivenkwekerij kon het dieet, dat voornamelijk uit granen bestond, worden aangevuld.
- Een andere, en niet de minst belangrijke functie, was de productie van “colombine”. Deze mest, op basis van duivenpoep, was zeer gegeerd voor veeleisende gewassen zoals wijnstokken, moestuinen of boomgaarden. Colombine was een bron van inkomsten waar zelfs in huwelijkscontracten over werd gesproken bij het onderhandelen over de bruidsschat!
- En ten slotte waren er mensen die “postduiven” fokten, een duivenras dat speciaal was geselecteerd om reizen te maken en berichten te bezorgen.
Duiventillen naar ieders smaak
Er bestaan zoveel soorten duiventillen dat het moeilijk is om een typologie op te stellen. Enkele criteria om ze in te delen:
- vrijstaande duiventillen, met een ronde of vierkante basis of met een open begane grond (duiventil op pilaren of arcades);
- duiventillen die zijn geïntegreerd in een woning of een complex van gebouwen in de vorm van een uitkijktoren, geveltop, torentje, enz.;
- rotsduiventillen.
Vrijstaande duiventillen bestaan vaak uit drie verdiepingen:
- de onderste verdieping kon onderdak bieden aan een landarbeider of een bediende, of diende als kippenhok, schapenstal of zelfs varkensstal;
- daarboven bevond zich de ruimte waar het graan werd bewaard, beschermd tegen roofdieren en weersinvloeden;
- helemaal bovenaan bevond zich ten slotte de duiventil zelf. De binnenruimte die bestemd was voor de duiven was verdeeld in nestkasten, zogenaamde “boulins”. Elke “boulin” diende als nest voor een duivenpaar. Het aantal “boulins” gaf de capaciteit van de duiventil aan.
Een rand van platte stenen, die zo’n tien centimeter naar buiten steekt, loopt dikwijls rondom de buitenkant van de duiventillen. Dit wordt de “randière” genoemd. Naast het esthetische aspect had deze een tweeledig doel:
- roofdieren zoals marters en ratten te verhinderen de nesten te bereiken
- het regenwater af te voeren door de druppels ver van de muur te laten vallen.
Bij een duiventil met een open begane grond bekroont een soort paddenstoel de top van de pilaren om te voorkomen dat roofdieren naar boven klimmen.
De top van het dak is meestal versierd met een spits, soms van aardewerk, maar vaker uit steen gehouwen. Deze hielp de duiven zich te oriënteren in de velden en hun nesten terug te vinden.
Enkele duiventillen in Molières
Meestal zijn deze duiventillen eigendom van particulieren. Je kan ze vanaf de kant van de weg bekijken. We vragen je natuurlijk om het privé-eigendom te respecteren en het terrein niet ongevraagd te betreden.
~ Duiventil van Caminade (privé)
Een prachtig cirkelvormig bouwwerk, opgetrokken uit lokaal gewonnen zandsteen. De volière van deze duiventil heeft 32 nestkasten en 3 groepen uitvliegopeningen. Dit cilindervormige gebouw is bedekt met een kegelvormig dak van platte dakpannen, met daarboven een punt van natuursteen en ondersteund door een dakconstructie van eiken- en kastanjehout.
~ Gemeentelijke duiventil in Les Môles
Aan de voet van deze duiventil werden op 28 juni 1944 twee verzetsstrijders door de nazi-troepen gefusilleerd. We vertellen je meer over dit deel van onze geschiedenis op onze pagina over de periode 1940-1945.
~ Duiventil van Le Placial (privé)
Deze duiventil bevindt zich op een dak, direct tegen een woonhuis aan. Hij heeft een vierkante basis, een schilddak en aan de top twee geleidingspieken. Het gaat hier om een recent bouwwerk dat ongeveer 50 jaar oud moet zijn.
~ Duiventil van Lespinasse (privé)
Dit is een voorbeeld van een boerderijduiventil te midden van de landbouwgebouwen.
~ Duiventil van Le Maine (privé)
Net als de duiventil van Lespinasse maakt die van Le Maine deel uit van een grote boerderij en ligt hij te midden van de landbouwgebouwen.
~ Duiventil van Sens (privé)
Deze mooie duiventil is groter dan de anderen. Interessant om te zien zijn de “randières”, die zich op elke hoek van het gebouw bevinden. Ze hebben duidelijk zichtbare uitsparingen.
~ Duiventil bij de Moulin d'Aillac (privé)
Het gehucht “Aillac”, gelegen aan de noordkant van ons dorp, wordt al in 1120 vermeld. De monniken van Cadouin bouwden er een abdij op de zuidelijke hellingen van de vallei van de Bélingou, een beek die momenteel de grens vormt tussen Molières en Le-Buisson-de-Cadouin. Er wordt al van bij de oprichting van de abdij melding gemaakt van een duiventil. Deze duiventil, die in de loop der eeuwen uiteraard vele malen is verbouwd, bevindt zich bij de Moulin d’Aillac.
Duivenzolders
Naast deze gebouwen, die specifiek bedoeld zijn voor het huisvesten en fokken van duiven, vinden we overal in Molières – net als ook elders – duivenzolders of “fuies”.
Dit zijn eerder bescheiden duivenhokken, min of meer geïmproviseerd op een zolder of in een schuur, waar de vogels toegang toe hebben via openingen in de muren: in- of uitvlieggaten.
Dit systeem werd vooral gebruikt door boeren die zich geen echte duiventil konden veroorloven.
Deze kleine vluchtgaten, soms mooi versierd, zijn gericht naar de zon en in een rij of driehoek geplaatst. Ze zijn groot genoeg om duiven door te laten, maar klein genoeg om te voorkomen dat grote roofdieren zouden binnendringen. Onderaan deze gaten bevindt zich vaak een rustplaats waar de vogels kunnen opvliegen, uitrusten of zich opwarmen in de zon.

Wasplaatsen (FR)
De wasplaatsen speelden een belangrijke rol in het sociale leven van het dorp.

Drinkfonteinen (FR)
Ga op ontdekkingstocht langs de vele bronnen en drinkfonteinen van Molières.

Wegkruisen (FR)
Net als overal op het platteland maken de wegkruisen deel uit van het erfgoed.

Hutten en muurtjes (FR)
Nog even geduld, deze pagina is in aanbouw.
Bronnen:
Diverse publicaties van “La Pierre Angulaire 24”, de “CAUE” en het VVV-kantoor van het “Pays Beaumontois” (tegenwoordig het VVV-kantoor van “Bastides Dordogne Périgord”).













